07/06/2026
Ik wil je iets vertellen.
Vele maanden geleden zijn we bij Cold Case Bureau Van Meerbeeck begonnen aan een bijzonder onderzoek. Vandaag licht een artikel in Knack voorzichtig een tip van de sluier op. Daarom lijkt dit het juiste moment om wat context te geven.
Maandenlang hebben we in alle stilte gewerkt aan een dossier dat al bijna drie decennia tot de donkerste hoofdstukken van de Belgische misdaadgeschiedenis behoort: de zaak van de Slachter van Bergen.
Voor wie het verhaal niet kent: tussen 1996 en 1997 werden in en rond Bergen de versneden lichaamsdelen van verschillende vrouwen teruggevonden. De menselijke resten werden op diverse plaatsen gedumpt, verspreid over maanden tijd. De gruwel schokte het land. De dader werd nooit geïdentificeerd. De waarheid bleef achter in een dossier dat langzaam een cold case werd.
Bij Cold Case Bureau Van Meerbeeck openen we niet zomaar een dossier. Voor elke zaak hanteren we een strikt selectie- en onderzoeksprotocol. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat een vraag expliciet moet uitgaan van nabestaanden, achterblijvers of hun juridische vertegenwoordigers.
Dat gebeurde ook hier.
Meester Philippe Horemans, die optreedt voor nabestaanden in deze zaak, contacteerde ons met de vraag of wij onze expertise wilden inzetten in de zoektocht naar antwoorden.
Ik geef toe: ik heb daar niet lang over moeten nadenken.
Als jonge journalist schreef ik al over de Slachter van Bergen. Jaren later gebruik ik de zaak nog steeds tijdens lezingen, opleidingen en Cold Case Campussen om te illustreren hoe complex en uitdagend een langdurig onopgehelderd onderzoek kan zijn. De kans om dit dossier van binnenuit te bestuderen, was uitzonderlijk. Maar er speelde meer mee. Het verzoek van meester Horemans voelde ook als een erkenning van het werk dat wij de voorbije jaren hebben opgebouwd. Een erkenning van de expertise die Cold Case Bureau Van Meerbeeck heeft ontwikkeld. Daarom hebben we die uitdaging aanvaard.
Sindsdien werken Amber Smet, onderzoeker bij Cold Case Bureau Van Meerbeeck en ikzelf bijna dagelijks aan een onafhankelijke analyse van het dossier.
Ons onderzoek bracht ons van Bergen over Brussel tot Doornik en over de grens naar Rijsel, Maubeuge, Valenciennes en andere plaatsen in Noord-Frankrijk. We spraken met onderzoekers, getuigen, advocaten en forensische experts in België, Frankrijk en zelfs Canada. We bezochten crime scenes, dumpplaatsen en locaties die al jarenlang in het dossier circuleren.
En hoe dieper we in de zaak doken, hoe meer vragen er ontstonden.
We bouwen inmiddels aan een uitgebreide analyse van honderden uren onderzoek, terreinwerk en gesprekken. Dat draagt -voorlopig- een werktitel. Waarom we denken dat de Slachter van Bergen bleef moorden tot aan zijn dood in 2003. Die titel insinueert veel. Minstens dat we een vermoeden hebben en dat de seriemoordenaar veel meer slachtoffers maakte dan aan hem worden toegeschreven. En de titel verraadt dat hij dood is.
Zijn we zeker? Bijna.
Zijn we ervan overtuigd dat er nog antwoorden bestaan? Absoluut.
Hebben we die antwoorden al allemaal gevonden? Nee.
De komende maanden zetten we ons onderzoek onverminderd verder. Wanneer het verantwoord is om bepaalde bevindingen te delen, zullen we dat ook doen. Niet omdat wij alle antwoorden hebben, maar omdat we geloven dat cold cases vaak vooruitgaan wanneer expertise, nieuwsgierigheid en collectief geheugen elkaar ontmoeten.
Misschien weet iemand nog iets.
Misschien ligt ergens nog een vergeten detail.
Misschien wacht een antwoord al bijna dertig jaar om opnieuw gezien te worden.
Wij blijven zoeken.
En we nemen jullie af en toe mee in die zoektocht.
Want één ding weten we zeker: