In juni 2015 zijn wij begonnen met het houden van het ras Nero d´Abruzzo. Dit ras lijkt sterk op het Iberico varken. Omdat we eerst wilden kijken of het ons zou bevallen zijn we begonnen met 2 borgen (Bando en Henkie) en een gelt (Rocca). Ook wilden we op diervriendelijke wijze meer ´zelf supporting´ zijn en weten wat we eten. De kippen moesten ruimte inleveren en scharrelen net als de varkens nu
op 200 m3 grond onder de walnootbomen en eiken. Het groenvoer krijgen ze van een restaurant, onze gasten op de camping, uit onze moestuin en het gras en wortels in de ren. Fruit waaronder vijgen, peren, appels en pruimen krijgen ze van eigen terrein en daarnaast meel van mais, graan, gerst, bonen, en zemelen van tarwe. Doordat in de herfst de eikels en walnoten vallen en december de slachtmaand is krijgen ze in de laatste groeifase een karakteristieke smaak. Het vele bewegen en het voedsel zorgen ervoor dat het vlees een nootachtige smaak krijgt en dat er vet in het spiervlees wordt opgebouwd. Juist in het vet wordt de smaak geconcentreerd. Mocht het goed bevallen dan willen we verder met Rocca. Die zal minimaal een jaar oud zijn voordat ze gedekt wordt. Henkie en Bando zijn reeds verkocht aan 2 restaurants en zullen na pas na een jaar geslacht worden. Echt slowfood dus. Enkele sterke punten:
Onze biologisch gehouden varkens hebben veel ruimte, liggen in een nest van stro en leven net als de wilde zwijnen altijd buiten. Voordeel hiervan is de betere weerstand tegen allerlei ziektes waardoor we alleen in uiterste noodzaak antibiotica gebruiken. Bijvoorbeeld wanneer het varken lijd aan een ontsteking. Naast een modderpoel om af te koelen, varkens zweten immers niet, hebben ze schaduw van walnootbomen en eiken. In de herfst kunnen ze hier dan weer van snoepen. Onze varkens leven samen en behouden hun leuke krulstaart voor communicatie en stevige hoektanden. Daarnaast zijn onze varkens zijn onder verdoving gecastreerd. We eten niet veel maar wel goed vlees.